Freinet‎ > ‎

Uitgangspunten

Het kind betrekken bij de opdrachten, het kind laten ervaren dat wat het doet ook belangrijk is - dat bereik je niet meteen met opgelegde regels rond lezen, schrijven, rekenen, met de klassieke klas- en schoolwerking. Die ervaring heeft Freinet, aan het begin van de twintigste eeuw in een klein en arm dorpje in de Franse Alpen, tot een nieuwe aanpak gebracht. Maar ook nu, aan het rijke einde van die twintigste eeuw, zijn die principes nog even actueel. De uitgangspunten en technische hulpmiddelen die Freinet ontwikkelde om het leerproces aan de dagelijkse ervaring en interessewereld van het kind te koppelen, vormen ook vandaag nog steeds de kern van het Freinetonderwijs. We zetten ze graag even op een rijtje.

Natuurlijk leren Lezen en schrijven

Natuurlijk proces

Lezen gebeurt via een natuurlijk proces. De belangstelling van het kind staat daarin centraal. Leren lezen aan de hand van taal en teksten die de kinderen zelf creëren zorgt voor een grotere betrokkenheid en maakt het een stuk zinvoller en interessanter. Lezen is immers het koppelen van symbolen aan een begrip. De taal moet de taal van het kind zelf zijn. Ook kinderen die nog niet kunnen lezen en schrijven willen zich uitdrukken, ook zij hebben interesse voor taal en communicatie. De praatronde die de Freinetkleuters zo vertrouwd is, is ook in de lagere school het vertrekpunt. Onder andere hier ontstaan de ideeën en de teksten die later gebruikt worden om te leren lezen en schrijven.

Vrije tekening en vrije tekst

De belangstelling voor taal wordt aangewakkerd voor de vrije tekening, en later de vrije tekst. Een vrije tekst schrijft het kind uit vrije wil over om het even wat hem/haar bezighoudt. Meestal wordt zo'n tekst geschreven om anderen wat mee te delen. De vrije tekst is in die zin zowel een expressie- als een communicatiemiddel. Belangrijk is dat er met de teksten iets wordt gedaan: ze zijn het uitgangspunt voor het klasgebeuren. Het kind krijgt van het begin de mogelijkheid om zich te uiten. In het begin noteert de leerkracht de tekst uit de monden van de kinderen, maar al snel kunnen de kinderen dat zelf. Uit die teksten wordt er eentje gekozen om er in de klas verder mee te werken. Deze tekst verschijnt op het bord en wordt door de klas besproken. Inhoud en vorm, zinsconstructies en spellingregels komen daarbij aan bod.

Drukperstechniek

Freinet ontdekte dat de belangstelling voor zelf geschreven vrije teksten veel groter is dan voor schoolboeken. Zo kwam hij tot de drukperstechniek. Freinetscholen worden nu nog vaak de 'scholen met de drukpers' genoemd. Vanzelfsprekend een erg eenzijdig beeld van een veel rijkere en veelzijdiger werkelijkheid!

Schoolcorrespondentie

Via schoolcorrespondentie wisselt men vrije teksten uit, verstuurt men brieven, cassettes, ... Zo raakt men vertrouwd met tekst en taal. Bovendien vormen de ontvangen teksten, brieven ... een venster op de buitenwereld en zijn ze vaak aanleiding tot opzoekwerk over een bepaald onderwerp of nieuwe expressievormen.

Natuurlijk leren rekenen

Voor rekenen gelden dezelfde uitgangspunten als voor taal: het kind moet eerst de begrippen hebben beleefd alvorens het tot de abstractie van de getallen kan overgaan. De kinderen werken vaak met verzamelingen en ook hier gaan ze uit van eigen situaties. Er gebeurt van alles in de groep, er wordt materiaal meegenomen, er wordt geteld en vergeleken, er worden verhalen verteld. Uit deze rekenverhalen worden rekenopdrachten geput. De leerkracht kan daar een gezamenlijke rekenactiviteit van maken.

Expressie

Natuurlijk is in een natuurlijk leerproces ook de vrije expressie erg belangrijk. Vrije expressie krijgt in een Freinetschool een gelijkwaardige plaats naast de intellectuele vakken. Expressie op welk terrein ook moet niet los staan van de rest van het klasgebeuren, het moet erbij aansluiten. Ook het vrij schilderen krijgt veel aandacht. Het is als uitdrukkingsmiddel even belangrijk als verbale expressie.

Klaslokalen

Vanzelfsprekend wordt deze aanpak ook weerspiegeld in de inrichting van het klaslokaal. De kinderen moeten immers over een grote verscheidenheid aan materiaal kunnen beschikken. Bij de inrichting van de klaslokalen wordt daar in belangrijke mate rekening mee gehouden. We onderscheiden verschillende werkhoeken die worden ingericht naargelang de noden van de kinderen: een drukhoek, een experimenteerhoek, een taal-/leeshoek, een praathoek, een huishoek, een rekenhoek ...
Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie gaat uit van de ervaringswereld van het kind. In een tuin bij de school bijvoorbeeld maken de kinderen kennis met een stukje natuur, ervaren ze de wisseling der seizoenen, het groeien van planten, het voorkomen van specifieke dieren ... Goede bronnen om dingen in op te zoeken - documentatiemateriaal, naslagwerken - zijn in een Freinetschool dan ook erg belangrijk.

Coöperatief overleg

De opvoeding op school staat niet los van de maatschappij. Er zijn geen eenzijdige gezagsverhoudingen, maar de opvoeding vindt plaats door een democratisch/coöperatief overleg. Daardoor verschilt een Freinetklas in verschillende opzichten grondig van een traditionele klas. In een traditionele klas kan men niet spreken van een echte groep. Een volwassene tracht kennis over te dragen op de kinderen die naar deze volwassene moeten luisteren en het hen vertelde in zich opnemen. De mogelijkheden van echte betrokkenheid van kinderen tot elkaar en tot hun leerkracht blijven zo ongebruikt. In het Freinetonderwijs is een klas een groep kinderen die op elkaar betrokken zijn, die kunnen discussiëren, werken en samenleven, kortom een coöperatieve. De kinderen en de leerkracht gaan samenwerken met het oog op gemeenschappelijke doeleinden. Er worden gezamenlijke werkplannen opgesteld en taken verdeeld. Het op deze manier samen beslissen over veranderingen, nieuwe organisatievormen, werkschema's, reglementen, werkritmes ... vormt de basis voor vernieuwen en werkelijk handelen.

In een Freinetschool leren kinderen zelfstandiger zijn, leren ze zelf beslissen, leren ze een grotere verantwoordelijkheid dragen en wordt een hoge mate van zelfredzaamheid gestimuleerd. Dat kinderen inspraak hebben in het reilen en zeilen van het klas- en schoolgebeuren ligt dan ook voor de hand. Dat gebeurt via de klasraad en - op grotere schaal - via de schoolraad. In de klasraad komt het reilen en zeilen van de klas als groep aan de orde. 'Felicitaties', 'klachten' en 'voorstellen' die betrekking hebben op de ganse schoolgroep worden op de schoolraad gebracht. Daarin zitten één of twee kinderen van elke klasgroep. De kinderen staan heel open tegenover elkaar, wat ontluikende conflictsituaties bespreekbaar maakt. Conflicten worden steeds uitgepraat.

"Tastenderwijs" experimenteren

Leren is experimenteel onderzoeken en ontdekken en deze ervaren mogelijkheden in een nieuw verband zetten. Kinderen leren het allereerst van de eigen ontdekkingen - soms op een manier die we nooit van tevoren voor hen hadden kunnen bedenken. Ze hebben uit zichzelf de behoefte vat te krijgen op de wereld om hen heen. Het werken met geheugen heeft slechts waarde wanneer dit het experimenteel zoeken dient. De basis van het leren is het materiële handelen. Het verwerven gebeurt in de praktijk, door ervaring, door te doen en niet door studie van regels en wetten.

Zinvol werken

Omdat de ervaringen en belevingen van de kinderen het vertrekpunt van het Freinetonderwijs vormen, wordt er veel zinvoller gewerkt. De cyclus voorbereiden-uitvoeren-beoordelen zorgt ervoor dat de kinderen een overzicht krijgen. In het moderne arbeidsproces ontbreekt dat overzicht vaak. Freinet noemde dat 'gedwee, blind en machteloos'. Een gebrek aan arbeidsvoldoening is daar het gevolg van, ook op school. In het Freinetonderwijs schenkt men aan het volledige proces aandacht. Volgens Freinet is het verrichten van zinvol werk immers een echte menselijke behoefte.

Comments