Klassen‎ > ‎Banaantjes‎ > ‎

Klop, klop… Wie woont er daar?

Geplaatst 5 okt. 2018 07:33 door Annelies De Groot


Divano toont trots ‘konijn’ tijdens de praatronde op dinsdag. Konijn heeft twee lange oren, een staart en twee lange poten zodat hij ver en hoog kan springen. ‘Ik zou wel graag een konijn willen, maar ik heb al kippen’, vertellen enkele kinderen. ‘Ik heb ook kippen én een haan!’, vertelt Noah. En Annelies? Ook zij heeft kippen. We kijken naar een foto van de twee dieren en plotseling komen er heel wat verhalen boven. Vissen, katten, honden,… We hebben blijkbaar wel heel veel dieren. Bij de opa van Klara woont er zelfs een papegaai. Die heet Jan, maar kan niet praten. ‘Mijn papa heet ook zo!’, zegt Tobin. ‘Maar die kan wel praten’.

Mooie, gekleurde veren heeft papegaai Jan. Klara toont deze de volgende dag. Een kleine, middelgrote en grote veer met een blauwe kleur. Mira vond een veer in de tuin. Niet van een papegaai, maar van een duif. Ze voelen allemaal zacht aan, maar hebben wel een scherpe punt. ‘Zo scherp als de punt van een potlood’, bedachten we. En met een potlood kunnen we tekenen, dus met een veer moet dat ook lukken. Toch? We stopten de veren in een potje met inkt en gingen aan de slag. We moesten wel vaak onze punt weer in de inkt stoppen. We kwamen te weten dat de mensen vroeger met ganzenveren schreven in plaats van met potloden en pennen. Dat vonden we wel vreemd.



We wilden nog wel graag enkele veren hebben zodat we dit met meer kinderen tegelijk konden uitproberen en dus gingen we buiten op zoek. ‘Misschien vinden we er ook wel één van een raaf!’, zei August. We gingen naar het kleine stukje bos achter de oude school en vonden verschillende veren. Die pakten we mee. Wanda merkte op dat er ook heel wat andere dingen op de grond lagen. Bladeren, takjes, schors en ook veel ‘herfstschatten’. Mera had gelukkig een zak meegenomen waar we alles in konden stoppen. De spullen legden we op de knutseltafel en werden druk onderzocht, bekeken met een vergrootglas en we maakten er in klei ook afdrukken van.

Toch moesten we de volgende dag nog een keer terug naar het bos. Tijdens onze wandeling hadden we een gat in de grond gezien. Waarschijnlijk het hol van een dier. Maar wie zou er daar wonen? Daarvoor moesten we weten hoe groot het was. We hadden geen meetlint in de buurt, dus we bedachten samen hoe we het dan wel konden meten. We plaatsten onze voet naast het hol. We gebruikten takken om het op te meten. Zelfs dennenappels. We maakten foto’s en bekeken deze nog eens goed in de klas. Voor een vos is het hol te klein en voor een muis te groot. ‘Misschien woont er wel een konijn’, zei Sumaya. Zou het?

Op donderdag gingen we naar de bibbus en Marie nam een dierenboek mee. Hierin konden we zien welke dieren er allemaal in het bos wonen. We stempelden onze symbolen bij het dier waarvan we dachten dat die in het hol zou wonen. De meesten dachten, net zoals Sumaya, aan een konijn. Maar heel zeker waren we nog niet. Daarom bracht Annelies de volgende dag een wildcamera mee. Deze gaan we volgende week samen in de buurt van het hol hangen. Wanneer het dier dan ’s nachts opduikt, als het muisstil is in het bos, zou het gefilmd worden. En dan weten we eindelijk wie er woont.

Comments