Triangel‎ > ‎

FREINETSCHOOL TRIANGEL HEEFT (G)EEN PESTBELEIDSPLAN

Artikels en acties op TV en in de krant.  Debatten en fora.  Beleidsmakers en pedagogen die vragen stellen en antwoorden genereren. Vragen van ouders en andere betrokkenen bij de school. Welk pestactieplan gebruikt men in Freinetscholen? Welk beleid voeren we? Doen jullie er wel iets aan? Ook in Triangel worden wij hiermee geconfronteerd.

Laat ons beginnen met de idee dat alle scholen pestvrije scholen zijn maar dat er anderzijds op alle scholen gepest wordt.  Dat was vroeger zo en dat blijkt nog zo te zijn.  Dat neemt bij momenten zelfs grote proporties aan.  Schrijnende beelden op het internet, zware acties via facebook, ...  De ergste verhalen halen vlot de media.  Maar ook de dagelijkse pesterijen op onze eigen speelplaats en in onze eigen klassen verdienen de nodige aandacht.   Iedereen is ervan overtuigd dat pesten nefaste gevolgen heeft.  We voelen ons machteloos of verstoppen het schaamrood.  En hier en daar wordt ondertussen met de vinger gewezen richting … onderwijs en school.

Laat ons beginnen met de idee dat ook Freinetschool Triangel een pestvrije school is  waar er jammer genoeg ook kinderen zijn die pesten en gepest worden.  Of zijn wij anders en maken we ergens toch een verschil?  Kan een Freinetschool specifieke antwoorden vinden in zijn pedagogische visie en de concrete uitwerking daarvan?

Voor we onze eigen methode verder onderzoeken, willen we eerst even stilstaan bij het gegeven ‘pesten’ zelf.  Pesten gaat verder en dieper dan een ruzie of een conflict.  Pesten wordt niet gekoppeld aan een vervelend gedrag of een foute communicatie.   Pesten wordt op de persoon gespeeld.  Het gebeurt zonder duidelijke aanleiding en mist elke objectiviteit.  Je wordt gepest om hoe je eruit ziet of om wie je bent.  Het gaat dus dieper en verder.  Het is een proces dat groeit en zich herhaalt.  Een proces dat machtsverhoudingen polariseert.  Een proces waar hele groepen bij betrokken kunnen worden.  Waar het slachtoffer machteloos moet ondergaan wat de anderen met hem of haar van plan zijn. 

Pestactieplannen moeten dergelijke mechanismes blootleggen en ontmijnen.  Er moet op school dus veel en vaak over gepraat worden.  Slachtoffers moeten de kansen krijgen om hun verhaal te doen.  De groep en vooral de leerkracht moeten beschikbaar zijn.   Snel en adequaat reageren kan enkel als de voelsprieten op scherp staan.  Kinderen moeten pestgedrag snel  detecteren en bespreekbaar maken.  De leerkracht moet elk klein signaal doorprikken.  Zeker in de wetenschap dat hij/zij van vele interacties niet op de hoogte kan zijn, dat het pesten zich vaak ook buiten zijn/haar gezichtsveld afspeelt.   Een cultuur is snel gevormd.  En ook negatieve sferen voeden zichzelf.   Jammer genoeg. 

Aan ons allen dus om in te zetten op ’n positief klasklimaat.   Het kan pestgedrag mogelijks voorkomen of verminderen.  Iedereen is gebaat bij een veilige leefomgeving.    In Triangel zetten wij hier graag op in.  Hieronder bespreken we op welke manieren dat bijvoorbeeld kan gebeuren.

Er bestaan concrete werkvormen die op onze school vaak en snel worden ingezet.  Het zijn concrete instrumenten die ruzies bespreekbaar willen maken.   Maar toont ook aan dat conflicten of meningsverschillen best wel OK zijn.  Als deel van het leven gezien moeten worden.  Hoe we ermee omgaan echter moet geleerd worden.  Door de conflicten stap voor stap te analyseren leren we kinderen empathie verwerven, beter communiceren, gericht naar oplossingen zoeken.  Er wordt getraind in leren neen zeggen.  Er wordt getraind in leren luisteren.   Gevoelens worden onderzocht. Mogelijks verschillende effecten van woorden en daden in kaart gebracht.  Op het einde van een bespreking wordt telkens gezocht hoe we dergelijke situaties in de toekomst anders en beter kunnen aanpakken.  Er wordt een concreet besluit geformuleerd of onderlinge afspraken gemaakt.  (Ik heb het gevoel dat ik nooit met jou mag voetballen.  Jij mag wel met mij voetballen maar ik zou graag ook nog met mijn andere vrienden spelen.  Ik begrijp dat je dat lastig vindt want je zou graag altijd met mij spelen.  Ik begrijp dat jij ook graag met andere kinderen speelt.  Laat ons afspreken dat we op maandag al zeker samen voetballen.  We zien dan wel verder op de week wat er nog meer mogelijk wordt.)

Het is belangrijk om ruzies of pesterijen niet als een probleem van het kind te zien.  Met de vinger wijzen en naar schuldigen zoeken, brengt geen oplossing.  Beter is te denken dat de kinderen nog bepaalde vaardigheden missen, die gewoon geleerd moeten worden.   Angsten, stoornissen of gedragsproblemen zijn vaardigheden die nog onvoldoende zijn ontwikkeld.  Met gerichte stappen worden concrete doelen gesteld en leert het kind en zijn omgeving eigen gedrag te reguleren.   De positieve effecten van de constructieve alternatieven worden duidelijk belicht. 

Een andere meer algemenere werkvorm in Freinetscholen is de klasraad en de praatraad.  Naast de dagelijkse praatronde wordt deze specifieke kring één keer in de week (klasraad) of om de twee weken (praatraad) georganiseerd.  In een klasraad wordt de volledige klasorganisatie besproken.  Op de praatraad wordt de schoolorganisatie besproken. Het zijn de democratisch organen van de coöperatie.  Er worden afspraken gemaakt, ideeën uitgewisseld, plannen gemaakt.  Er worden pluimen en wrevels besproken.  Er wordt effectief besproken hoe het samenleven telkens opnieuw anders en beter kan.  Welke regels en afspraken nodig zijn om de klas/school effectief draaiende te houden.  Welke zaken besproken moeten worden opdat het geheel veilig en constructief zou zijn.  Want de klas/school is van iedereen.  Zorg voor elkaar is dus van kapitaal belang.

Deze en andere werkvormen zijn legio in de Freinetscholen.  Ze moeten niet uitgevonden worden als er zich plots een probleem voordoet.  Kinderen moeten weten dat ze ten allen tijde mogen spreken en dat er zal geluisterd worden.  Dat het normaal is om je gevoelens bespreekbaar te maken. 

Deze concrete werkvormen staan dus niet op zich.  Het zijn veruiterlijkheden van een groter plan.  Van een pedagogische visie die kiest voor gelijkheid en emancipatie.  Coöperatief werken gaat bij ons niet louter over het samenwerken aan zich maar veeleer over een manier van zijn.  Het betekent dat ik me gewaardeerd mag voelen om wie ik ben.  Mijn werk staat niet los van de rest.  Wat ik doe heeft ook een relevantie voor de klas en het werk van die klas.  Mijn deelname is belangrijk.  Mijn talent inzetbaar voor het groter geheel.  Dergelijke positieve grondstroom kan pesten niet voorkomen maar versterkt zeker mogelijke voorwaarden.

Het kind voelt dat hij au serieux wordt genomen.  Niets is echt vrijblijvend.  Mijn tekening wordt bekeken.  Mijn tekst wordt gelezen.  Mijn rekenonderzoek komt aan het bord.  Ik krijg verantwoordelijkheden die ik wil nakomen.  Ik wordt uitgedaagd om mijn werk te verdiepen en uit mezelf te treden.  De groep stimuleert dat proces door kritische vragen te stellen.  Vragen die niet oordelen maar verrijken.  Vragen die enkel gesteld worden in een klas waar veiligheid en begrip zo evident zijn dat ze nooit of te nimmer geschonden worden.  Of als dat gebeurt daar direct gepast op gereageerd wordt. 

Respect en zorg voor elkaar is ook vaker voelbaar in heterogene groepen.  Oud helpt jong.  Iedereen kan iets maar niemand kan alles.  Een gemengde groep leert kinderen vanzelf hulpvragen stellen en zorgen voor elkaar.  De jas van een kleuter dichtritsen, een tekst voor iemand uitschrijven, de verfborstels samen uitspoelen.  Wie in jaarklassen lesgeeft streeft vaker naar algemeenheden en normering.  Differentiatie blijft er beperkt.  Het leerpakket komt op de voorgrond tenkoste van de leerlingen zelf.    Er zal onnodige concurrentie optreden en wie uitvalt zal al snel volledig de rol moeten missen.  In graadsklassen (lagere school) of classe-unique (kleuters) zijn de verschillen dermate groot dat ze geen onnodige aandacht kunnen krijgen.  Ze worden als normaal ervaren.  Anders zijn is niet echt een probleem. 


Inzetten op diversiteit en het wegwerken van concurrentie is ook een maatschappelijk standpunt.  In de huidige maatschappij die we nu kennen, gaat het te vaak over winst en de competenties om die te maken.  Leerlingen worden dan makers van hun eigen geluk en het onderwijs zet in op individuele leertrajecten.  De kloof tussen wie slaagt en faalt is daardoor nog vergroot.  We normeren, meten en labellen er op los maar zonder positief resultaat.   Freinetscholen kiezen liever voor coöperatief werk in diverse groeperingsvormen.  De verschillen tussen kinderen hoeven geen barrière te zijn.  Het zijn kansen richting inclusief onderwijs.

De dynamiek in een klasgroep is best wel een complex verhaal.  Werken aan een positief klimaat is niet overal even evident.  Het spreekt voor zich dat de leerkracht hier een cruciale rol in speelt.  Hij/zij staat garant voor dit veilig klasklimaat.  Hij/zij stimuleert en bekrachtigt.  Hij/zij staat model en toont voor.  Freinetscholen zijn geen vrijplaatsen voor willekeur of vrij kiezen zonder meer.  Soms wordt verkeerdelijk begrepen dat enkel sterke en mondige kinderen bij ons hun plaats verdienen.  Freinetscholen willen er zijn voor iedereen en zetten extra in op emancipatie en democratisch onderwijs.   De onderwijzer bewaakt en stuurt bij waar nodig.  Vanuit een groot respect voor zijn leerlingen en zijn vak zal hij zonder therapeutiserend te werken kinderen hoger en verder vooruit brengen.  De afkomst of de rugzak die ze meedragen, speelt daarbij geen enkele rol.  De school moet terug school worden.  Een plaats waar effectieve leertijd zijn plaats opeist.  Een plaats waar niet vanuit verschillen of tekorten wordt gedacht.  Maar een plaats waar we vanuit de kansen en de passie willen vertrekken.  Enerzijds wordt er rekening gehouden met de leefwereld van het kind.  Anderzijds moet het kind die leefwereld ook kunnen achterlaten.  Zijn thuissituatie of achtergrond mag zijn of haar kansen niet bepalen.  Ons onderwijs moet emanciperend werken voor alle leerlingen.
Het is wandelen op een slappe koord.  Betrokkenheid en motivatie moet gekoppeld worden aan het kind én aan de leerstof.  De leerkracht staat tussen beide en fungeert als doorgeefluik.  Wie na een ruzie op de speelplaats de klas binnenkomt, ga je moeilijk direct aan het werk krijgen.  Er wordt tijd genomen om het conflict te bespreken of er wordt afgesproken wanneer het later op de dag een plaats kan krijgen.  Een leerkracht vertrekt altijd vanuit ‘de tegenwoordige tijd’.  Het kind en zijn context is wat hij binnenkrijgt.  De stabiele volwassene zal zijn leerling dus altijd met de glimlach ontvangen.  Een schouderklop en een handdruk.  Maar daarna moet hij ook verder.   De leerling moet zijn eigen leefwereld kunnen ontstijgen.  De school moet een fysieke ruimte blijven waar vorming en onderzoek voorop staan.  Het kind moet ook ervaren dat zijn emoties of zijn welbevinden niet alles bepalend zijn.  Dat hij ze ook mag afleggen eens hij die klas binnenkomt.  De leerkracht waarborgt in die context enkel een veilige leeromgeving.  Over de problemen thuis of de ruzies na de klasuren wordt niet gesproken.  Het kind hoeft het althans niet te doen.  Het kan en mag.  Maar het moet niet.

Onze school promoot het actief pluralisme. Waarden en normen komen binnen via concrete verhalen en situaties die zich aandienen.  We willen democratie naar zijn essentie herleiden en het fysiek gegeven van de school heruitvinden.   Telkens opnieuw.  Ons onderwijs moet kinderen niet klaarmaken voor de maatschappij.  Ons onderwijs moet kritische kinderen leveren die in staat zijn een nieuwe maatschappij te creëren.  Dergelijk onderwijs is niet normenvrij.  Dergelijk onderwijs kiest voor algemene vorming waar burgerzin en maatschappijkritiek hun plaats krijgen.  Freinetscholen staan niet los van de wereld maar in de wereld.  Ze durven kleur bekennen en standpunten innemen. 
Als laatste kan hier onze sterk uitgewerkte ouderparticipatie genoemd worden.  Onze ouders worden betrokken in de werking van de school zoals dit door Célestin Freinet zelf werd beschreven. Enerzijds om via het betrekken van de ouders bij klasactiviteiten, schoolactiviteiten, praktische hulp, organisatie van feesten, … de leefwereld van de kinderen beter te leren kennen om nog beter op hun interesses en belangstellingspunten te kunnen inspelen. Anderzijds door kennis en expertise van de ouders te gebruiken  om aan de kinderen beter onderwijs te kunnen verschaffen. Via de schoolraad, die om de 4 jaren democratisch wordt samengesteld, kunnen de ouders ook betrokken worden bij het beleid van de school. De schoolraad overlegt, doet voorstellen en heeft informatierecht.


Contacten tussen ouders, leerkrachten en coördinator zijn na afspraak steeds mogelijk. De kapstokrapporten geven een breed beeld van het kind.  Samen met ouders gaan de teamleden op zoek naar de kwaliteiten en de sterktes van het kind en wordt gezocht welke ondersteuning er mogelijks nodig is.  Ook de sociale emotionele ontwikkeling komt in de gesprekken en de rapporten duidelijk aan bod.   Als er vragen of bezorgdheden zijn dan horen we die graag. 

Dit is wellicht geen duidelijk concreet antwoord op de vraag: heeft Triangel (g)een pestbeleidsplan?

Er is geen opsomming van tools gemaakt of van specifieke werkkaarten die onze scholen pestvrij moeten maken. Er werd wel geschetst op welke onderstroom wij willen werken.  In welk nest onze kinderen school mogen lopen.   Triangel is overtuigd dat deze aanpak meer rendeert dan welke campagne dan ook.  Een project van een week.  Een interview op TV.  Het brengt pesten even onder de aandacht om daarna terug even snel te verdwijnen.

Valt er voor ons dan niets meer te leren?  Mogen we de ogen sluiten en op onze lauweren rusten?  Heel zeker niet.  Wij kiezen voor een specifiek project dat zelden of nooit af is.  Emancipatie en coöperatie zijn grote woorden die dagelijkse reflectie verdienen. Tijdens de teamvergaderingen, de Freinetcoachingen, de talrijke navorming of in de coachinggroepen wordt dit debat met het team verder gevoerd.

 

Hierboven gaven we toelichting hoe er concreet in de school gewerkt wordt.  Leerkrachten versterken hun bekwaamheidsgevoel. Zij  moeten zich geborgen voelen in een positief schoolklimaat om op hun beurt een veilige school/klasomgeving te kunnen opzetten.

 

HET TRIANGELTEAM

Comments